I N H OU D

 1. Begin

 2. Van echt naar virtueel

 3. De virtuele wereld

 4. Objecten

 5. Licht

 6. Camera's

 7. Rendering en ray-tracing

 8. 3D-animaties in de praktijk

 9. Tips & Trucs en meer

 10. 3D met een 3D-bril

 Bijlagen

 Eigenschappen van het oppervlak van objecten

De meeste 3D-programma’s geven een object standaard een grijs plastic uitziend huidje. Vrijwel alle programma’s bieden u legio mogelijkheden om de eigenschappen van het oppervlak aan uw eigen wensen aan te passen. Een veelgebruikte methode is om een afbeelding (foto) van een bepaald materiaal over het oppervlak te plaatsen. Dit noemt men een texture en daar zal ik in paragraaf 4.4 uitgebreid op terugkomen. Ik zal echter eerst een aantal algemene eigenschappen van het oppervlak bespreken.





 Kleur

Uiteraard kunt u aan het oppervlak van een object een bepaalde kleur toekennen. In de praktijk zult u echter zien dat het oppervlak nooit uit een egale kleur bestaat. Als het oppervlak namelijk uit een egale kleur zou bestaan, dan is dat niet realistisch, omdat in werkelijkheid een oppervlak donkere en lichtere plekken kent. Dit is afhankelijk van de hoek waaronder u naar het voorwerp kijkt en de manier waarop het licht op het oppervlak schijnt. Om deze invloeden na te bootsen onderscheiden we een aantal speciale kleuren voor het oppervlak, namelijk: diffuse color, specular color en ambient color. Dit houdt in:

Kleur en betekenis


Kleur Betekenis
diffuse De diffuse kleur is de echte kleur van het materiaal. Wanneer iemand bijvoorbeeld zegt dat een bol groen is, dan heeft men het over de diffuse color van de bol. Het is de kleur die wordt gereflecteerd wanneer er licht op het oppervlak valt.
specular   Als u een oppervlak waar licht op valt goed bekijkt, dan is vaak te zien dat een bepaald deel van dat oppervlak net iets meer is verlicht dan de rest. De specular color is de kleur van het helderste punt van het oppervlak.
ambient In bijna alle gevallen zijn er delen van het oppervlak die minder zijn verlicht, waardoor er een soort schaduwkant ontstaat. Vaak gaat het om een donkere tint, maar is het niet volledig zwart. Dit is de ambient kleur.

Sommige 3D-programma’s regelen deze verschillende kleuren automatisch voor u als u de diffuse kleur aangeeft, terwijl andere programma’s mogelijkheden bieden om de verschillende kleuren zelf te specificeren.

Verschillende kleuren van het oppervlak

Diffuse, specular en ambient kleur van het oppervlak

 Luminosity

Met luminosity (ook aangeduid met self-illumination) kunt u een effect creëren waardoor het lijkt of het oppervlak van een voorwerp zelf licht geeft. Het lijkt dus of er een lichtbron in het voorwerp zit die door het oppervlak heen licht uitstraalt. Om dit effect te verkrijgen worden alle schaduwplekken (specular kleuren) vervangen door de diffuse kleur. Met behulp van deze techniek kunt u bijvoorbeeld een koplamp van een fiets, of van een auto namaken. In onderstaande figuur ziet u een voorbeeld van een bol, waarbij de linkerbol 0 procent licht afgeeft. In de middelste bol ziet u dat de schaduw minder is geworden, omdat de luminosity op 50 procent is gezet. In de rechterbol is alle specular kleur vervangen door de diffuse kleur, omdat de luminosity staat ingesteld op 100 procent.

Luminosity

Luminosity

luminous-objecten en illuminated-objecten

Zichtbare objecten kunnen worden onderverdeeld in luminous-objecten en illuminated-objecten. Luminous objecten geven zelf licht en een voorbeeld van zo’n object is de zon. Een illuminated-object daarentegen reflecteert licht in onze ogen, waardoor we het voorwerp kunnen zien. Een voorbeeld van een illuminated-object is de maan. Een illuminated-object heeft altijd een luminous-object nodig om zichtbaar gemaakt te worden. Zo zou de maan nooit zichtbaar zijn zonder de reflectie van de lichtstralen van de zon op het oppervlak van de maan.

 Shininess

Met het effect shininess kunt u een voorwerp een dof (dullness) of een glanzend uiterlijk geven. De glans van het uiterlijk wordt gevormd aan de hand van de grootte van het gebied dat de specular kleur beslaat en de intensiteit van de specular kleur. Hoe groter het gebied van de specular kleur, hoe matter het uiterlijk. De intensiteit van de specular kleur noemt men ook wel specularity. In onderstaande figuur ziet u drie bollen. De linkerbol in de afbeelding heeft een shininess van 100 procent en specularity van 100 procent, de middelste bol moet het doen met een shininess van 50 procent en een specularity van 50 procent. Tot slot de rechterbol, waarbij zowel de shininess als de specularity 0 procent bedragen.

Shininess

Shininess

 Transparency

Met transparency (het tegenovergestelde van transparency wordt ook wel aangeduid met opacity) is het mogelijk om aan te geven dat een object doorschijnend moet zijn. Met dit effect kan bijvoorbeeld glas worden nagebootst. In het volgende figuur ziet u een aantal bollen waarvan het doorschijnend vermogen steeds groter wordt. Als u de afbeelding bekijkt van linksboven naar rechtsonder, dan ziet u de volgende waarden voor de transparency: 0%, 20%, 40%, 60%, 80% en 100%.

Transparency

Het doorschijnend vermogen van het oppervlak

[Vorige | Volgende]






(c) 2000 - 2015 Rogier Mostert