I N H OU D

 1. Begin

 2. Van echt naar virtueel

 3. De virtuele wereld

 4. Objecten

 5. Licht

 6. Camera's

 7. Rendering en ray-tracing

 8. 3D-animaties in de praktijk

 9. Tips & Trucs en meer

 10. 3D met een 3D-bril

 Bijlagen

 Positiebepaling in een 3D-wereld

Om een specifiek punt te bepalen in een driedimensionale wereld gebruiken we de coördinaten. Een coördinaat bestaat uit drie getallen die gezamenlijk elk punt in een wereld kunnen aangeven. De opbouw van een coördinaat is als volgt: (x, y, z). Hierbij staat in de meeste gevallen x voor een horizontale positie (de breedte), y voor de verticale positie (de hoogte) en z voor de diepte. Deze toekenning is niet gestandaardiseerd en kan dus van programma tot programma verschillen; z en y zijn dan vaak omgewisseld.

Bijna alle 3D-programma’s werken met een assenstelsel ter oriëntatie in de 3D-wereld. Zo’n assenstelsel bestaat uit drie assen die elk een richting aangeven. Een van deze assenstelsels noemt men het Cartesian assenstelsel. Bij dit type assenstelsel geeft de x-as de horizontale richting aan, is de y-as is verantwoordelijk voor de positie in de diepte en geeft de z-as de verticale positie aan. Voor de duidelijkheid ziet u in het volgende figuur het Cartesian assenstelsel getekend.

Cartesian assenstelsel

Het Cartesian assenstelsel





Het punt waar de assen samenkomen, heet de oorsprong en dit punt heeft het coördinaat 0,0,0. Kijken we vanuit de oorsprong (0,0,0) naar rechtsboven en in de diepte, dan kijken we in het positieve gedeelte van het assenstelsel. De richtingen van de pijlen in het assenstelsel geven (voorgaande figuur) de positieve richting aan. De bal in de ruimte (volgende figuur) bevindt zich dus in het positieve gedeelte.

Positieve richting

Positieve richting in het assenstelsel

Willen we bijvoorbeeld vanuit de oorsprong 3 punten naar rechts, 2 punten de diepte in (naar achteren) en 5 punten omhoog, dan hoort hier de coördinaat 3,2,5 bij (zie volgende figuur).

Coordinaat

Coördinaat 3,2,5

Willen we het tegenovergestelde, dus: 3 punten naar links, 5 punten dichterbij en 5 punten omlaag, dan gebruiken we de coördinaat –3,-2,-5. In dat geval lopen de pijlen de andere kant op vanuit de oorsprong. Op deze manier is dus elk punt in de 3D-wereld te benaderen. Het assenstelsel is dus een hulpmiddel ter oriëntatie. In het eindresultaat is dit assenstelsel natuurlijk niet zichtbaar.

[Vorige | Volgende]






(c) 2000 - 2015 Rogier Mostert