I N H OU D

 1. Begin

 2. Van echt naar virtueel

 3. De virtuele wereld

 4. Objecten

 5. Licht

 6. Camera's

 7. Rendering en ray-tracing

 8. 3D-animaties in de praktijk

 9. Tips & Trucs en meer

 10. 3D met een 3D-bril

 Bijlagen

 Instellingen van licht

Afhankelijk van het type lichtbron en het 3D-programma dat u gebruikt, hebt u de beschikking over diverse instellingsmogelijkheden per type lichtbron.





 Positie

Vrijwel alle 3D-programma’s bieden de mogelijkheid om de positie aan te geven waar een lichtbron in de scène moet worden geplaatst. Meestal kunt u dit doen door met de muis de gewenste lichtbron in de scène te (ver)plaatsen. In andere gevallen kunt u de positie opgeven door coördinaten. Deze mogelijkheid geldt voor directional light, point light en spot light.

Spot links

Spot light gericht op de linkerkant van de theepot (3D Studio Max).

Resultaat Spot links

Resultaat van de spot light gericht op de linkerkant van de theepot



Spot rechts

Spot light gericht op de rechterkant van de theepot (3D Studio Max).

Resultaat Spot Rechts

Resultaat van de spot light gericht op de rechterkant van de theepot

 Richting

Bij spot light en directional light kunt u de richting opgeven waarin de lichtbron moet schijnen. Veel programma’s kunnen een lichtbron aan een bepaald object koppelen. Beweegt u in zo’n geval het object, dan verandert de lamp ook automatisch van richting, zodat het object altijd verlicht blijft. Het kan geen kwaad om te experimenteren met de positie en de richting van de lichtbron(nen) in een scène. Soms levert dit namelijk verassende effecten op.

 Kleur

U kunt de kleur van het licht vaak zelf instellen. Hierdoor is het mogelijk om een speciale sfeer te creëren. Met bijvoorbeeld de kleuren bruin, beige en oranje kunt u een warm effect krijgen, terwijl de kleur blauw en de kleur grijs voor een killere sfeer zorgen. Door met de kleuren van het licht te experimenteren kunt u speciale effecten en sferen realiseren. In hoofdstuk 2 (voorbeeld met de tafel en de kaars) kunt u de invloed zien dat licht heeft op de sfeer in een scène.

 Lichtsterkte

Een belangrijke eigenschap van een lamp is de sterkte. Uiteraard hebt u ook bij veel 3D-programma’s de mogelijkheid om de lichtsterkte van de lichtbron zelf in te stellen. De term die wordt gebruikt voor de lichtsterkte, kan van programma tot programma verschillen. Zo gebruikt 3D Studio de term multiplier, terwijl andere programma's hiervoor de benaming intensity en brightness gebruiken. U ziet in onderstaande figuren dezelfde lichtbron maar met verschillende sterktes.

Sterkte lichtbron zwak

Een lichtbron met weinig sterkte



Sterkte lichtbron sterk

Dezelfde lichtbron, maar nu veel sterker

 Cast shadows

Met deze instelling geeft u aan of een lichtbron wel of geen schaduw veroorzaakt via de voorwerpen waar het licht op valt. Zet u deze optie uit en de lichtbron veroorzaakt een schaduw, dan wordt deze dus niet getoond. Zie voor meer informatie over schaduwen paragraaf 4 van dit hoofdstuk.

Geen schaduw

De lichtbron geeft geen schaduw af



Wel een schaduw

De lichtbron geeft een schaduw af

 Fall off

Als u met een lamp in de duisternis schijnt, dan krijgt u een lichtbundel te zien. Deze lichtbundel is echter niet eindeloos en houdt ergens op. De afstand die de bundel in de diepte kan verlichten is afhankelijk van de sterkte van de lamp (en de conditie van de batterijen). Het punt waar licht overgaat in donker wordt in 3D-jargon de fall off genoemd. Dit verschijnsel is goed te zien bij een spot light en een directional light. In figuur 5.16 ziet u dat de spot light een deel van de duisternis verlicht. Daar waar het verlichtte deel overgaat in donker, is de fall off van de lichtbron.

Fall off

Fall Off

Inspiratie

Het kan zeer verhelderend werken om te kijken naar foto’s van professionele fotografen. Bestudeer deze foto’s nauwkeurig en kijk vooral naar de lichteffecten. Laat u inspireren en wees niet bang om zelf te experimenteren.

[Vorige | Volgende]






(c) 2000 - 2015 Rogier Mostert